Module 4: De levensverzekering met een beleggingscomponent

PCP/VVD traject

60 min

1 punt

Samenvatting Uitgebreide beschrijving

Doelstelling:
Deze opleiding geeft jou als verzekeringsmakelaar een helder inzicht in de werking, kenmerken en risico’s van levensverzekeringen met een beleggingscomponent. Je ontdekt hoe tak 21, 23 en 26 opgebouwd zijn, leert hoe je ze correct moet voorstellen aan je klant en hoe je de bijhorende kosten, risico’s en fiscale gevolgen uitlegt. Ideaal voor wie werkt in het kader van het verplichte PCP/VVD-traject of zijn kennis hierover wil verdiepen.

In deze module duiken we diep in het landschap van levensverzekeringen met een beleggingscomponent – ook bekend als IBIP’s. Je leert niet alleen het verschil tussen spaar- en beleggingsverzekeringen, maar ook hoe deze producten wettelijk gedefinieerd worden binnen Europa en België. We behandelen daarbij zowel de technische als fiscale aspecten.

De opleiding bespreekt gedetailleerd de werking van tak 21, tak 23 en tak 26, inclusief de rendementen, garanties, risico’s voor klant en verzekeraar, en de impact van kostenstructuren. We bekijken hoe de informatieplicht is geregeld, met onder meer het KID (Key Information Document), en hoe je klanten kunt helpen bij het beoordelen van hun risicoprofiel.

Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan bancaire alternatieven zoals spaarrekeningen, termijnrekeningen, obligaties, aandelen en beleggingsfondsen, zodat je als bemiddelaar een bredere context kunt bieden bij het adviseren van klanten over spaar- en beleggingsoplossingen.

Na deze opleiding beschik je over een stevige basiskennis om deze complexe producten helder en correct uit te leggen aan jouw cliënten.

Wat komt er aan bod in deze opleiding?

  • Situering en definitie van levensverzekeringen met beleggingscomponent (IBIP’s)
  • Verschillen tussen tak 21, 23, 26 en combinaties (zoals tak 44)
  • Beleggingsrisico’s en rendementsstructuren
  • Het KID/EID-document en informatieplicht naar de klant toe
  • Technische aspecten zoals premie, looptijd, rentevoet en risicokapitaal
  • Fiscale behandeling van premies en prestaties
  • Inzicht in bancaire alternatieven (spaarrekeningen, obligaties, ICB’s, …)